Samengestelde interest (ook wel het rente-op-rente-effect genoemd) is niet bepaald het meest sexy onderwerp. Maar wél buitengewoon belangrijk. Albert Einstein zou dan ook ooit hebben gezegd: ‘Compound interest is the eighth wonder of the world. He who understands it, earns it … he who doesn’t … pays it.’ Maar volgens het International Network on Financial Education (OECD/INFE) weet maar liefst 51% van de Britse vrouwen niet hoe samengestelde rente werkt.[1] Of de Nederlandse vrouw dit concept wél begrijpt, vermeldt het OECD/INFE helaas niet.

Weet jij hoe samengsetelde rente werkt?

Wil je weten of jijzelf samengestelde rente in de vingers hebt? Beantwoord dan de volgende meerkeuzevraag uit de International Survey of Adult Financial Literacy Competencies van OECD/INFE:

‘Suppose you put 100 euro into a savings account with a guaranteed interest rate of 2% per year. You don’t make any further payments into this account and you don’t withdraw any money. How much would be in the account at the end of five years?

  1. More than 110 euro
  2. Exactly 110 euro
  3. Less than 110 euro
  4. It’s impossible to tell from the information given.’[2]

(Het juiste antwoord staat aan het einde van dit artikel.)

Het is belangrijk om dit effect te begrijpen, omdat de factor tijd een enorme impact heeft op de snelheid waarmee vermogen wordt opgebouwd. Zelfs als je het juiste antwoord op de bovenstaande vraag weet, blijft het lastig die impact in te schatten (tenzij je bekend bent met de regel van 72).

Want hoe zit het ook alweer?

Bij samengestelde rente wordt er niet alleen rente berekend over het startbedrag, maar ook over de al eerder bijgeschreven rente. Dit terwijl er bij enkelvoudige rente alleen rente wordt gekweekt op het startbedrag. 

Velen kunnen zich bij een korte looptijd van, zeg, enkele jaren, wel inbeelden dat het bedrag ‘iets’ hoger wordt dan bij enkelvoudige rente. Maar hoe hard het groeit in tientallen jaren, is een stuk lastiger in te schatten.

Een voorbeeld

Stel: we beleggen een startkapitaal van 10.000 euro op de aandelenmarkt, en we gaan uit van een gemiddeld jaarlijks rendement van 5,3% (wat gelijk is aan het gemiddelde reële rendement op aandelen wereldwijd over de afgelopen 121 jaar [3]). Als we vervolgens geen bedragen bij- of afschrijven en heel geduldig zijn, dan is het eindbedrag na 20 jaar, 30 jaar en 40 jaar:

Wat blijkt uit dit voorbeeld?

Geduld betaalt zich op de lange termijn ruimschoots uit.

Als je bijvoorbeeld 30 jaar lang van het bedrag weet af te blijven, zou je startkapitaal van 10.000 euro bijna zijn vervijfvoudigd. 

De kracht van het rente-op-rente-effect wordt duidelijk wanneer we de looptijden van 20 jaar en 40 jaar met elkaar vergelijken. Een verdubbeling van de looptijd van 20 naar 40 jaar, levert bijna een verdrievoudiging van het eindbedrag op (circa 28.000 euro versus circa 79.000 euro).

Met andere woorden: als je 2x zo geduldig bent (omdat je bereid bent om 2x zo lang te wachten: 40 jaar in plaats van 20 jaar), dan word je daar nóg meer dan 2x voor beloond: je potje geld is zelfs bijna 3x zo groot geworden (circa 28.000 euro versus circa 79.000 euro).

Hoe zouden de bedragen er dan uitzien bij enkelvoudige rente?

In ons voorbeeld is het beginbedrag van 10.000 euro bij samengestelde rente in 20 jaar al bijna verdrievoudigd. Ter vergelijking: in geval van enkelvoudige interest, is diezelfde 10.000 euro in dezelfde tijd ‘slechts’ verdubbeld zijn. 

Ook hier wordt het sneeuwbaleffect van samengestelde rente vooral duidelijk op de lange termijn. Na 40 jaar zou je startkapitaal bij samengestelde interest gegroeid zijn tot bijna 80.000 euro. Bij enkelvoudige rente is dat nog niet eens de helft van dit bedrag (circa 31.000 euro).  

Begin vroeg

Dit pleit ervoor om vroeg te beginnen met vermogensopbouw. En: alle reden om bij beleggen een buy and hold strategie te hanteren én winst niet uit te laten betalen, maar te herbeleggen.

Het juiste antwoord op de meerkeuzevraag is: A.

[1] Addressing women’s needs for financial education, OECD (2013).

[2] OECD/INFE International Survey of Adult Financial Literacy Competencies, OECD (2016), OECD, Paris.

[3] Elroy Dimson, Paul Marsh en Mike Staunton, Summary Edition Credit Suisse Global Investment Returns Yearbook 2021, p. 60, Credit Suisse Research Institute. Een kanttekening: bij de berekening zijn de onderzoekers uitgegaan van bedragen in USD, waarbij ook is gecorrigeerd voor inflatie in de Verenigde Staten.